Posts tonen met het label ochtend. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ochtend. Alle posts tonen

zondag 18 september 2016

Ochtendliefde

Ik houd van de vroege morgen. Ik houd van de stilte die er dan heerst. Geen mens te bekennen, het is net alsof iedereen nog slaapt.

Ik houd van de wolken. Van donker wordt het langzaam licht. Ik zie de wolken in rustig tempo vooruit drijven.

Ik houd van de geluiden in de ochtend. Het praten van de vogels. Wat zullen ze tegen elkaar zeggen?

Ik houd van de geur buiten in de ochtend. Nog puur. Onaangeroerd.

De ochtend is heerlijk, en ik sta dan ook graag bijtijds op om deelgenoot te zijn van het tot leven komen van de mensheid. Toen ik nog nachtdiensten had vond ik de ochtend ook het leukste moment. Het moment dat er rustig aan weer leven komt. Het moment dat je zelf mag gaan slapen terwijl heel veel andere mensen met een chagrijnig gezicht zich naar hun werk haasten.

Stilstaan bij de ochtend is heerlijk. Even naar buiten, de geur, de rust in je opnemen. Even laten betoveren door de ochtend. Kijkend naar de lucht, kijken naar het opkomen van de zon, kijken naar hoe de wolken voorbij drijven.

De ochtend geeft een moment van bezinning. Omdat er even rust is. Totale rust. Het geeft mij een moment van berusting. Berusting dat alles is zoals het is, en het goed is zoals het is. Even een moment voor mijzelf voordat de wereld weer begint. Voordat er weer van alles moet, voordat er weer gehaast moet worden.

De ochtend is mijn ochtend. 

donderdag 10 november 2011

De heerlijke ochtend

Hoe vermoeiend een dag kan zijn zonder dat deze echt begonnen is. Zucht.

Nee!


Zucht. Niet nu kreun ik! Niet nu al. Ik zucht. Mijn hand reikt naar de knop om het lawaai te doen stoppen. Ik zucht. Ik draai me om. Ik ga niet werken vandaag. Ik doe het gewoon niet. Ze hebben lekker pech. Ik zucht. Ik slaap weer verder.

Zucht. Kreun. Steun. Nee! Niet weer dat geluid. Zucht. Oke. Wekker uit. Opstaan dus. Werken. Bah.

Het is nog zo koud in huis. Zucht. Het is nog zo vroeg in de ochtend. Zucht. Het is nog zo donker buiten. Zucht. Ik wil niet werken. Ik heb geen zin. Ik ga gewoon niet. Ze bekijken het maar. Zoeken het lekker zelf maar uit. Zucht. Ik stop ermee. Ik ga ontslag nemen, per direct. Stom gedoe. Ik wil dit niet meer. Zucht. Gedachtes die in mijn hoofd ronddwalen. Zucht. Moe.

Ik douche. Zucht. Kleed me aan. Zucht. Ontbijt. Zucht. Maak brood klaar. Zucht. Ik poets mijn tanden. Zucht. Doe mijn haar. Zucht. Doe mijn gezicht. Zucht. Doe een parfum op. Zucht. Doe brood in mijn tas. Zucht. Pak mijn schoenen. Zucht. Trek ze aan. Zucht. Pak mijn tas. Zucht. Doe de deur open. Zucht. Doe de deur op slot. Zucht.
Loop naar de auto. Zucht. Doe de autodeur open. Zucht. Ga achter het stuur zitten. Zucht. Kijk om mee heen. Zucht. Stap weer uit de auto. Zucht. Pak het trekkertje uit het dashboardkastje. Zucht. Maak de ruiten van de auto schoon. Zucht. Kruip weer achter het stuur. Zucht. Start de motor. Zucht. Rijd achteruit. Zucht. Rijd vooruit. Zucht. Rijd weg. Zucht. Op naar werk. Zucht.

Wat een dag. En dit was nog maar de ochtend.

Zucht.


©JaneOnira
Ochtend

zondag 30 oktober 2011

Op een gewone zondagochtend


Ik zie hem staan als ik de gordijnen open doe. Hij kijkt naar ons huis. Waarom? Ken ik deze man?
Ik kan hem niet goed zien. Hij heeft een lange jas aan en een muts op zijn hoofd. Niets bekends in ieder geval. Hij kijkt naar mij en ziet dat ik naar hem kijk. Hij draait zijn hoofd weg en loopt langzaam een paar stappen verder. Hij heeft een wandelstok, maar gebruikt hem verkeerd. Hij heeft dat ding niet nodig. Dat zie ik zo. Na die paar passen draait hij zich weer half om. Kijkt nogmaals naar ons huis. Ik sta nu iets meer verscholen dus hij ziet me denk ik niet. Hij kijkt op zijn horloge en draait zich weer om. Weer een paar stappen en hij kijkt weer. Weer kijkt hij recht naar ons huis om vervolgens om zich heen te kijken. Doet weer een paar passen zonder echt gebruik te maken van de wandelstok. Dan, terwijl hij loopt, steekt hij zijn rechterhand in zijn jaszak en daarmee de stok van de grond halend. Hij loopt gewoon door en het oogt helemaal goed, zo hard heeft deze man die stok niet nodig. Dat is duidelijk. Zijn hand komt weer uit zijn jas te voorschijn. Een mobieltje? Ja, volgens mij heeft hij nu een mobieltje in zijn hand die hij openklapt. Wat zal hij doen? Hij belt er niet mee. Zal hij daarin opschrijven hoe laat hij zag dat de gordijnen hier opengingen? En dat ik vandaag alleen lijk te zijn? Hij klapt het mobieltje weer dicht en stopt hem weer in zijn zak. Al die tijd is hij gewoon doorgelopen zonder zijn wandelstok echt te gebruiken.
Dan staat hij weer stil en wederom draait hij zich om en kijkt nogmaals naar ons huis. Ik begrijp het niet. Zo bijzonder is het huis niet en het staat niet te koop of iets. Dan draait hij zich weer om en loopt nog een klein beetje verder. De wandelstok raakt de grond weer maar echt gebruiken doet deze man hem niet. Een paar meter verder blijft hij weer staan. Bij de bushalte dit keer. Kijkt om zich heen. Kijkt nogmaals naar het huis. Ik kan hem niet goed meer zien, hij staat wat verborgen in dat bushokje en bomen beperken mijn zicht.
Een kwartiertje later kijk ik nog eens naar buiten. De man staat daar nog steeds te staan. Wat is dat toch vraag ik me af. Zou hij echt ons huis in de gaten houden? Of is dat maar toeval? Het zit me niet lekker en ik vertrouw het niet daarom blijf ik maar kijken. Waarom ben ik zo achterdochtig? Wie is deze man? Ik herken hem ook helemaal niet. Zou hij hier ooit gewoond hebben?
 Dan komt er een bus aangereden. De man stapt in.
©JaneOnira