Stel dat alles zou mogen en kunnen in het leven. Niets is
een probleem. Wat zou ik dan willen?
Ik zou willen studeren, 2 dagen per week besteden aan
studie. En als ik de ene studie klaar heb, begin ik aan de volgende. Ik zou
huiswerk maken en af en toe naar de universiteit gaan. Heerlijk lijkt me dat.
De andere 3 dagen zou ik willen werken. Ik zou boeken willen recenseren. Ik zou
boeken willen vertalen. Ik zou boeken willen inspreken als luisterboeken. Ik
hou van boeken. Lekker vanuit huis werken, zelf je tijd bepalen. Nooit meer in
de file staan. Nooit meer druk en moeten. Gewoon doen omdat ik het wil en er
lol in heb.

In de weekenden zal ik doen waar ik op dat moment zin in
heb.
Lekker erop uit, leuke dingen doen met manlief, familie bezoek, vrienden
bezoek, series kijken op de bank, boeken lezen voor mijn plezier, lekker
niksen, kleuren. Ja kleuren voor volwassenen. Deze rage (is het nog wel een
rage?) heeft ook mij in zijn (haar?) greep. Lekker kleuren, verstand op nul en
lekker doen. Luisterboek of muziek op de achtergrond.
Ik zou een huishoudster hebben en een tuinier. Ik zou
genieten van het schone huis en de mooie en verzorgde tuin. Ik woon in een
fijne woning. Hoeft niets bijzonders te zijn. Gewoon een woning, een eengezinswoning.
Geen appartement meer, maar lekker de tuin in kunnen lopen als je dat wil.
Beneden leven, boven slapen. Heerlijk lijkt me dat.
Ik zou willen dat in dat leven iedereen die mij dierbaar is
gezond en gelukkig is. Net zo veel plezier heeft in het leven dat ik dan heb.
Ik zou genieten van de kleine dingen. Van de vogels die fluiten, de bloemen die
bloeien, of de bladeren die vallen als het herfst is. Ik zou gezond leven,
regelmaat hebben in mijn leven. Misschien wel een paar kinderen. Ik zou
regelmatig sporten en ga dagelijks naar buiten. Een stukje fietsen of een
stukje lopen, en genieten van de wereld om mij heen.
Maar de werkelijkheid is anders.
Er moet geld verdiend worden. De studie moet ergens van betaald worden. Echt
taalgevoel heb ik niet, ook al heb ik nog een extra cursus spelling gedaan. Ik
spreek geen andere taal vloeiend, dus dat boeken vertalen wordt lastig. Vanuit
huis werken kan niet in de zorg. Een eengezinswoning heb ik niet. Een
huishoudster en een tuinder kan ik mij nu niet veroorloven. Gezond leven doe ik
niet, hoewel ik wel stappen heb gemaakt (kom ik later op terug). In het leven
is niet altijd iedereen gezond en gelukkig, zo werkt het leven niet.
Maar toch. Ook al is de werkelijkheid anders, het is prima.
Het is goed. Het is niet het ideaal, maar dat zegt niet dat het nooit komen
gaat. Wie weet wat de toekomst brengt. Wie weet hoe het leven loopt. Het is
goed dat het niet te voorspellen is, het zou anders maar een saaie boel worden.